Normaliter wordt de paasbrief voorgelezen en uitgereikt tijdens de vieringen in de Goede Week.

Deze mogelijkheid wordt ons nu ontnomen door het verbod op vieringen vanwege Corona.

Vandaar dat we de paasbrief nu digitaal beschikbaar stellen.

Aan het begin van de Goede Week, richt bisschop Liesen zich met een brief aan alle gelovigen van het Bisdom Breda. De bisschop reflecteert op een bijzondere tijd, maar kijkt ook hoopvol uit naar Pasen.

“Het is een heel bijzondere tijd, die we beleven,” zo schrijft de bisschop. “Het corona-virus heeft een grote impact op ons leven en werken. Dagelijks zien we harde cijfers van mensen die met het virus besmet zijn geraakt, die ernstig ziek zijn geworden en die als gevolg daarvan zijn overleden. Direct getroffen zijn hun naasten, familieleden en vrienden, maar het raakt ons allemaal. Ik leef oprecht met u mee.” Bisschop Liesen schrijft over de gevolgen van het virus ten aanzien van het parochieleven en beschrijft ook wat gelovigen in deze tijd kunnen ondernemen.

“Wie bidt, loopt niet verloren”
Op Palmzondag begint de Goede Week die voorafgaat aan Pasen. Bisschop Liesen: “In die week beleven en belijden we ons geloof op intense wijze. In heel beperkte kring zal ik tijdens de Chrismamis op woensdag de heilige Oliën zegenen en wijden. In onze parochies zal de Paasdriedaagse met het hoogfeest van de Verrijzenis ook in beperkte kring gevierd worden. De verbondenheid met Christus en elkaar wordt nu ondersteund door de technieken van het wereldwijde web en innerlijk beleefd door het gebed dat ons met elkaar verbindt. Van harte maak ik uw intenties tot de mijne. Bidden we voor elkaar! U weet: “Wie bidt, loopt niet verloren”. Het is mijn vaste overtuiging dat het gebed ons zal dragen in deze zware periode.”

‘Achter gesloten deuren’
“Graag nodig ik u uit om vanaf Pasen samen intens de vijftig dagen tot aan Pinksteren met elkaar te vieren. Dat is ons misschien minder vertrouwd dan de veertig dagen van de vastentijd, maar het is uiterst actueel. De leerlingen waren vijftig dagen bij elkaar achter gesloten deuren in de bovenzaal. Die “opsluiting” kwam voort uit angst en onzekerheid. Op de vijftigste dag ontvingen ze de heilige Geest: die gaf ze de moed om te getuigen dat de Heer leeft en deed ze een taal spreken die iedereen verstond. Van harte hoop ik en bid ik dat het ons gegeven is om op deze wijze Pinksteren te vieren.”

“Moge het licht van de Verrezen Heer dan in ons blijven branden, nu de wereld zo donker lijkt”

Tot slot schrijft mgr. Liesen in zijn Paasbrief: “Graag wil ik u danken voor uw inzet om elkaar nabij te zijn, voor onze verbondenheid in gebed. In de Paasnacht, op 11-12 april, zullen in sobere vieringen de paaskaarsen ontstoken worden. Maar is niet ieder van ons, op geestelijke wijze, zo’n paaskaars? Moge het licht van de Verrezen Heer dan in ons blijven branden, nu de wereld zo donker lijkt.”